A1 · Adjectives & articles
Plurals always get -e
An adjective before a plural noun always ends in -e.
- De ___ huizen staan aan de kade. (mooi)
- Ik koop twee ___ schoenen. (nieuw)
- Wij kijken naar ___ mensen op de markt. (oud)
- Zij heeft drie ___ boeken. (dik)
- De ___ kinderen spelen in de tuin. (aardig)
- Onze ___ fietsen zijn allemaal kapot. (oud)
- De ___ bloemen in de tuin zijn mooi. (wild)
- Er liggen ___ bladeren op de grond. (droog)
- De twee ___ ramen van het huis zijn stuk. (kapot)
- Twee ___ vrienden komen vanavond. (aardig)
- Wij lezen ___ verhalen op school. (spannend)
- Er staan ___ hoge bomen in de tuin. (hoog)