A1 · Adjectives & articles
-e before a vowel
The -e is easy to hear before a vowel: een mooie auto.
- Er rijdt een ___ bus door de stad. (oud)
- Ik heb een ___ appel gegeten. (lekker)
- Mijn ___ oma woont in Utrecht. (oud)
- Er ligt een ___ mantel op de bank. (oud)
- Hij heeft een ___ vriend. (aardig)
- Op het plein staat een ___ monument. (oud)
- Ik zoek een ___ ei. (vers)
- Er staat een ___ boom in de tuin. (oud)
- Wij drinken een ___ thee. (lekker)
- Hij geeft een ___ uitleg. (duidelijk)
- Wij zien een ___ vos in het bos. (slim)
- Er komt een ___ oma op bezoek. (oud)