A1 · Adjectives & articles
Er is / er zijn with an adjective
Adjectives in sentences that start with Er is or Er zijn.
- Er is een ___ park in de stad. (mooi)
- Er is een ___ museum in dit dorp. (oud)
- Er is een ___ bushalte bij ons. (nieuw)
- Er is een ___ winkel op de hoek. (klein)
- Er is ___ water in de fles. (koud)
- Er is een ___ fout in de tekst. (groot)
- Er is een ___ reden voor de vertraging. (goed)
- Er is een ___ oplossing voor dit probleem. (eenvoudig)
- Er is een ___ stoel bij het raam. (leuk)
- Er is een ___ probleem met de computer. (groot)
- Er is een ___ baan bij het station. (vrij)
- Er is een ___ restaurant bij het station. (goedkoop)