A1 · Adjectives & articles
Opposites: dik and dun, breed and smal
Dik and dun, breed and smal, and the shape of things.
- Het boek is heel ___. (dik)
- De draad is ___. (dun)
- Ik heb een ___ bijbel. (dik)
- De weg is heel ___. (breed)
- Mijn vader draagt een ___ riem. (breed)
- Zij heeft ___ enkels. (dun)
- Het blad is heel ___. (dun)
- Deze stoel is te ___ voor mij. (smal)
- Er staan twee ___ palen bij de weg. (dik)
- Deze jurk is te ___ voor jou. (breed)
- Mijn vingers zijn heel ___. (dun)
- De ___ rivier stroomt langs het dorp. (breed)