A1 · Adjectives & articles
Adjectives of smell
Lekker ruiken, vies ruiken and fresh air.
- De bloemen ruiken heel ___. (lekker)
- Het huis ___ naar oude rook. (ruiken)
- De lucht is heel ___. (fris)
- Wij hebben een ___ tuin met veel bloemen. (fris)
- De kelder ___ naar schimmel. (ruiken)
- Zij vond het eten ___. (lekker)
- Deze keuken is heel ___. (vies)
- Er is een ___ geur in de kamer. (zoet)
- De man ___ naar zweet. (ruiken)
- Ik ruik iets ___. (raar)
- De tuin is heel ___. (fris)
- De geur is heel ___. (sterk)