Learn Dutch
A1 · Adjectives & articles

Opposites: donker and licht

Donker and licht, and the light in a room or outside.

  1. Het is hier heel ___. (donker)
  2. Er is een ___ kamer achter de keuken. (donker)
  3. De gang is heel ___. (donker)
  4. Wij willen een ___ plek om te lezen. (licht)
  5. Het is buiten nog ___. (donker)
  6. De schijnwerper geeft heel ___ licht. (helder)
  7. Mijn oma heeft ogen die niet meer ___ zien. (helder)
  8. Er is een ___ maan aan de hemel. (helder)
  9. De kamer is ___, wij zetten het licht aan. (donker)
  10. Wij zetten de lamp aan, het is hier te ___. (donker)
  11. De avonden zijn lang en ___. (donker)
  12. Het is een ___ nacht, de maan schijnt helder. (donker)