A1 · Adjectives & articles
Free time and hobbies
Sport, muziek, film and other things we like to do.
- Hij speelt elke dag ___. (voetbal)
- Wij luisteren naar ___ muziek. (klassiek)
- De ___ was echt spannend. (film)
- Mijn broer heeft een ___ hobby. (duur)
- Wij spelen samen een ___ spel. (leuk)
- Zij zingt heel ___. (mooi)
- Wij gaan vaak naar het zwembad, het is daar heel ___. (druk)
- De toneelclub is elke dinsdag ___. (open)
- Wij hebben een ___ avond met vrienden. (gezellig)
- Ik lees graag een ___ boek op de bank. (spannend)
- Wij tekenen ___ in de tuin. (mooi)
- De ___ avond is altijd leuk. (vrij)