A1 · Adjectives & articles
Adjectives: more endings & spelling
After mijn, dit, ons and geen; spelling changes before -e.
- Mijn ___ jas hangt in de gang. (nieuw)
- Ik heb geen ___ huis. (groot)
- Wij hebben een ___ hond. (lief)
- Hij draagt een ___ trui. (grijs)
- Dit ___ boek is van mij. (oud)
- Ik koop een ___ tafel. (houten)
- Ik eet een ___ pannenkoek. (dun)
- Ik koop die ___ schoenen. (bruin)
- Het water is ___. (koud)
- Ons ___ appartement is heel gezellig. (klein)
- Wat een ___ kat! (dik)
- Dat is geen ___ idee. (slecht)