A1 · Prepositions
In het Nederlands, in de krant
in with a language, a newspaper and a medium.
- Wat betekent dit woord ___ het Nederlands?
- Ik lees het ___ de krant.
- Er is een goede film ___ tv.
- Wij spreken ___ het Engels.
- Ik zoek het woord ___ internet.
- De recensie staat ___ de krant.
- De leraar spreekt langzaam, maar duidelijk ___ het Nederlands.
- Wij lezen het ___ de krant en praten er over.
- Deze serie is ___ tv en ook op internet.
- Mijn dochter leert Nederlands ___ school.
- Ik schrijf een mail ___ internet.
- In ___ klas spreken wij Nederlands.