Learn Dutch
A1 · Prepositions

In het Nederlands, in de krant

in with a language, a newspaper and a medium.

  1. Wat betekent dit woord ___ het Nederlands?
  2. Ik lees het ___ de krant.
  3. Er is een goede film ___ tv.
  4. Wij spreken ___ het Engels.
  5. Ik zoek het woord ___ internet.
  6. De recensie staat ___ de krant.
  7. De leraar spreekt langzaam, maar duidelijk ___ het Nederlands.
  8. Wij lezen het ___ de krant en praten er over.
  9. Deze serie is ___ tv en ook op internet.
  10. Mijn dochter leert Nederlands ___ school.
  11. Ik schrijf een mail ___ internet.
  12. In ___ klas spreken wij Nederlands.