Het is zaterdag. Fatima gaat naar de markt. De markt is op het plein, dichtbij haar huis. Ze gaat lopen.
Eerst koopt ze groente: een kilo tomaten, twee paprika's en een bloemkool. De tomaten kosten twee euro. Dan koopt ze fruit. De appels zijn vandaag in de aanbieding: drie kilo voor vier euro. Ze koopt ook bananen.
Bij de kaasboer koopt ze een stuk jonge kaas. Ze mag eerst proeven. Lekker! Daarna koopt ze bloemen voor haar moeder. Haar moeder is morgen jarig. Fatima betaalt met haar pinpas. Om twaalf uur is ze weer thuis.