Learn Dutch
A1 · Reading

A day at the beach

Jan and his daughter Noor spend a hot summer day at the beach.

Het is juli en het is warm: dertig graden! Jan en zijn dochter Noor gaan naar het strand in Zandvoort. Ze gaan met de trein. De trein is heel vol.

Op het strand is het druk. Noor wil meteen zwemmen, maar het water is koud. Jan zit in de zon en leest de krant. Hij heeft een pet op en hij doet zonnecrème op zijn armen.

Om één uur eten ze patat en een ijsje. Noor bouwt een groot zandkasteel. Om vijf uur komen er wolken. Het waait en het gaat een beetje regenen. Jan en Noor gaan snel naar huis. Ze zijn moe, maar blij.

Questions

  1. How warm is it?
  2. Waar of niet waar? There are not many people on the beach.
  3. Waar of niet waar? The water is warm.
  4. What does Jan read?
  5. What does Noor build?
  6. Waar of niet waar? In the afternoon the weather gets worse.