De heer Van Dijk belt de dokter. Hij wil graag een afspraak maken op dinsdag, want op maandag en woensdag werkt hij. De assistente vraagt naar zijn klachten. Hij heeft al drie dagen koorts en een hoofdpijn. Hij wil liever niet naar het ziekenhuis gaan.
De dokter zegt dat hij om half tien kan komen. De heer Van Dijk moet een dag reserveren. Hij zegt: dat is lastig, want hij heeft een afspraak met zijn klant. De assistente zegt dat de afspraak om half tien is. Het is in de buurt van het station, op nummer 12.
De heer Van Dijk moet zijn naam en zijn adres geven. Hij zegt dat hij met de bus komt. De bus stopt om de hoek. De dokter vraagt ook of hij medicijnen gebruikt. Hij gebruikt geen medicijnen.