Learn Dutch
A1 · Verbs

Mogen: permission and rules

What you are allowed to do: mogen + infinitive.

  1. ___ ik hier roken? (mogen)
  2. Jij ___ hier niet parkeren. (mogen)
  3. Kinderen ___ geen cola drinken. (mogen)
  4. Hij ___ in de klas eten. (mogen)
  5. U ___ hier even wachten. (mogen)
  6. Wij ___ het zwembad gebruiken. (mogen)
  7. Mijn dochter ___ TV kijken tot zeven uur. (mogen)
  8. Jij ___ een probleem hebben. (mogen)
  9. In de bibliotheek ___ je niet eten. (mogen)
  10. Jullie ___ de uitgang gebruiken. (mogen)
  11. Mijn buurvrouw ___ onze kat voeren. (mogen)
  12. In deze winkel ___ je geen tabak kopen. (mogen)