A1 · Verbs
Aan het loket: formulieren
Verbs for the counter: forms, applications and asking.
- Vul dit formulier ___ in. (invullen)
- Mijn moeder ___ het formulier vandaag. (ondertekenen)
- U ___ een paspoort meenemen. (moeten)
- Wij ___ al een half uur in de rij. (wachten)
- De medewerker ___ mij waar de balie is. (vertellen)
- Ik ___ niet goed snappen wat u zegt. (kunnen)
- Haal een ___ voor het loket. (nemen)
- Mijn broer ___ het adres op het papier. (schrijven)
- We ___ morgen terugkomen voor het antwoord. (moeten)
- Zij ___ alle papieren bij zich. (hebben)
- U ___ vrijdag terug komen. (moeten)
- Ik ___ graag een afspraak maken. (willen)