A2 · Adjectives & articles
The superlative: het ... -ste
The superlative of het-words: het mooiste, het best, het grootste.
- Dit is het ___ boek dat ik ooit heb gelezen. (mooi)
- Het ___ restaurant van de stad serveert Italiaanse keuken. (goed)
- Mijn huis is het ___ in de straat. (oud)
- Het ___ idee tot nu toe. (goed)
- Dit is het ___ hotel in de buurt. (duur)
- Het ___ om te wandelen is het park achter het station. (geschikt)
- Ik vond het ___ om te leren. (leuk)
- Het ___ dat we konden doen was opbellen. (verstandig)
- Dit is het ___ kind van de klas. (lief)
- Het ___ moment van de dag is de ochtend. (rustig)
- Het ___ restaurant van de stad is heel duur. (duur)
- Dit is het ___ nieuws van vandaag. (belangrijk)