A2 · Adjectives & articles
Participles of inseparable verbs
Participles of be-, ver-, ont- and er-verbs used as adjectives.
- Het dorp is in 2010 ___. (verbouwen)
- Het aanbod is al ___. (verzenden)
- Het plafond is in 2020 ___. (ontdekken)
- De reis is al ___. (boeken)
- Het contract is ___. (ondertekenen)
- De belastingaanslag is al ___. (aanschrijven)
- De woning is vorig jaar ___. (verkopen)
- De bakkerij is in 2018 ___. (openen)
- Het plafond is al ___. (ontdekken)
- Mijn fiets is gestolen en nooit ___. (terugvinden)
- De vergadering is voor maandag ___. (plannen)
- De prijs is al ___. (verhogen)