Learn Dutch
A2 · Adjectives & articles

Participles of inseparable verbs

Participles of be-, ver-, ont- and er-verbs used as adjectives.

  1. Het dorp is in 2010 ___. (verbouwen)
  2. Het aanbod is al ___. (verzenden)
  3. Het plafond is in 2020 ___. (ontdekken)
  4. De reis is al ___. (boeken)
  5. Het contract is ___. (ondertekenen)
  6. De belastingaanslag is al ___. (aanschrijven)
  7. De woning is vorig jaar ___. (verkopen)
  8. De bakkerij is in 2018 ___. (openen)
  9. Het plafond is al ___. (ontdekken)
  10. Mijn fiets is gestolen en nooit ___. (terugvinden)
  11. De vergadering is voor maandag ___. (plannen)
  12. De prijs is al ___. (verhogen)