A2 · Adjectives & articles
erg + adjective
Very + adjective with erg: erg duur, erg leuk, erg moe.
- Die jas is ___ duur voor mij. (duur)
- Wat een ___ mooi uitzicht! (mooi)
- Ik ben ___ moe na de reis. (moe)
- Het was ___ leuk om je te zien. (leuk)
- De opdracht is ___ moeilijk voor beginners. (moeilijk)
- We hebben ___ veel werk deze week. (veel)
- Haar idee was ___ goed. (goed)
- Hij was ___ boos over het antwoord. (boos)
- De prijs is ___ hoog dit jaar. (hoog)
- Mijn Nederlands is ___ moeilijk voor mij. (moeilijk)
- De sfeer was ___ gezellig. (gezellig)
- Ik heb ___ zin om te wandelen. (veel)