A2 · Adjectives & articles
goed genoeg
Good enough: goed genoeg, snel genoeg, oud genoeg.
- Deze prijs is ___ genoeg voor ons. (goed)
- Mijn Nederlands is nog niet ___ genoeg voor die baan. (goed)
- Deze fiets is ___ genoeg om mee te rijden. (goed)
- We hebben niet ___ genoeg tijd voor de vergadering. (goed)
- Is de batterij ___ genoeg voor de hele dag? (goed)
- Hij is ___ genoeg om alleen te wonen. (oud)
- De verbinding is niet ___ genoeg voor videobellen. (snel)
- Deze deur is ___ genoeg om binnen te komen. (breed)
- Is je Nederlands al ___ genoeg om te solliciteren? (goed)
- Het eten smaakt niet ___ genoeg voor de gasten. (goed)
- Deze kast is ___ genoeg om alle jassen te bevatten. (groot)
- Het is al ___ genoeg, je kunt nu gaan. (laat)