A2 · Adjectives & articles
geen + adjective
No + adjective: geen idee, geen tijd, geen probleem.
- Ik heb ___ idee waar dat moet zijn. (geen)
- We hebben ___ tijd voor de vergadering. (geen)
- Dat is ___ probleem, we lossen het wel op. (geen)
- Hij heeft ___ antwoord op de vraag. (geen)
- Er is ___ vrije plek meer in de zaal. (geen)
- Wij zoeken een ___ huis aan zee. (geen)
- Er was ___ twijfel aan het resultaat. (geen)
- Ik heb ___ zin om te werken vandaag. (geen)
- Deze winkel geeft ___ garantie op de reparatie. (geen)
- Er zijn ___ mensen die dat willen doen. (geen)
- We hebben ___ goede reden om te klagen. (geen)
- Er is ___ verschil, ze zijn hetzelfde. (geen)