A2 · Adjectives & articles
in plaats van + adjective
Instead of + adjective: in plaats van koud, in plaats van duur.
- Ik drink thee in plaats van ___. (koffie)
- We eten een broodje in plaats van ___. (rijst)
- Neem de bus in plaats van ___. (lopen)
- Ik neem thee in plaats van ___. (koffie)
- We namen een taxi in plaats van ___. (fietsen)
- In plaats van ___ thuis te blijven, gaan we uit. (blijven)
- Hij werkt in plaats van ___ te leren. (leren)
- We kozen een ander restaurant in plaats van ___. (gaan)
- Zij stuurde een bericht in plaats van ___. (bellen)
- In plaats van ___ te wachten, liep ik naar huis. (wachten)
- We kochten brood in plaats van ___. (rijst)
- Hij at een sandwich in plaats van ___. (ontbijt)