Learn Dutch
A2 · Adjectives & articles

Adjectives that end in -heid

Nouns with -heid: vriendelijkheid,(on)gelukkigheid, mogelijkheid.

  1. De ___ van de buren is geweldig.
  2. Haar ___ is echt aangrijpend.
  3. Bedankt voor uw ___!
  4. We bespreken de ___ van de reis op de bijeenkomst.
  5. Haar ___ maakte iedereen blij.
  6. Deze oplossing is een ___ idee.
  7. Ik waardeer uw ___ enorm.
  8. De ___ van het gebouw vond ik vervelend.
  9. Haar ___ is wel bekend in het dorp.
  10. Wat een ___ om te horen!
  11. Mijn dochter heeft een sterk ___ van taal.
  12. De ___ van de situatie maakte ons stil.