A2 · Adjectives & articles
Adjectives that end in -heid
Nouns with -heid: vriendelijkheid,(on)gelukkigheid, mogelijkheid.
- De ___ van de buren is geweldig.
- Haar ___ is echt aangrijpend.
- Bedankt voor uw ___!
- We bespreken de ___ van de reis op de bijeenkomst.
- Haar ___ maakte iedereen blij.
- Deze oplossing is een ___ idee.
- Ik waardeer uw ___ enorm.
- De ___ van het gebouw vond ik vervelend.
- Haar ___ is wel bekend in het dorp.
- Wat een ___ om te horen!
- Mijn dochter heeft een sterk ___ van taal.
- De ___ van de situatie maakte ons stil.