A2 · Prepositions
Verschil met, overeenkomst met
nouns with a fixed preposition: verschil, overeenkomst, afhankelijk.
- Er is een groot verschil ___ met de oude versie.
- De overeenkomst ___ met de buurt is getekend.
- Het resultaat is afhankelijk ___ van het weer.
- Het voordeel ___ van fietsen is dat het gezond is.
- Het grootste nadeel ___ van de nieuwe regel is de tijd die het kost.
- Wij zoeken een oplossing ___ voor het probleem.
- Er is geen verschil ___ tussen zijn twee versies.
- De kosten van het project zijn afhankelijk ___ van de prijzen.
- De overeenkomst ___ de twee partijen is in de krant gekomen.
- Een groot voordeel ___ van werken met de fiets is het geld dat je bespaart.
- De oplossing ___ van het probleem ligt in de buurt.
- Het verschil ___ de vorige versie is maar één woord.