A2 · Prepositions
Time and the perfect tense
Tegen, sinds and tot with the perfect tense.
- Ik heb gewerkt ___ vijf uur.
- Wij wonen hier ___ 2018.
- Hij heeft de hele dag gewerkt ___ half twee.
- We hebben drie weken gewandeld ___ het kanaal.
- Ik heb jaren ___ deze baan gewerkt.
- Ze heeft vorig jaar een cursus gevolgd ___ maanden.
- Ik heb vandaag nog ___ de hele ochtend gewacht.
- We hebben de kinderen ___ zeven uur in bed gestopt.
- Hij heeft daar ___ twee jaar gewerkt.
- Tot ___ volgende week hoef ik niet te komen.
- De winkel is ___ negen uur open.
- Ik heb het al ___ jaren niet gedaan.