Learn Dutch
A2 · Reading

A day in Maastricht

Two sisters take a day trip (simple past).

Vorige maand gingen Fatima en haar zus Noor een dagje naar Maastricht. Ze vertrokken om zeven uur 's ochtends met de trein uit Rotterdam. De reis duurde ruim twee en een half uur, maar dat vonden ze niet erg. Ze praatten de hele tijd en speelden een kaartspel.

In Maastricht liepen ze eerst naar het Vrijthof, een groot plein in het centrum. Daar dronken ze koffie met een stuk vlaai, een typisch gebak uit Limburg. Daarna bezochten ze een oude kerk die nu een boekwinkel is. Noor kocht er twee boeken, Fatima alleen een kaart voor haar moeder.

's Middags begon het te regenen. Gelukkig hadden ze een paraplu bij zich. Ze wandelden langs de Maas en gingen daarna winkelen. Om zes uur aten ze in een klein restaurant vlak bij het station. Fatima vond het een perfecte dag. Volgend jaar willen ze een heel weekend gaan.

Questions

  1. Hoe reisden Fatima en Noor naar Maastricht?
  2. Waar of niet waar? Ze vonden de lange reis vervelend.
  3. Wat is vlaai?
  4. Wat kocht Fatima in de boekwinkel?
  5. Waar of niet waar? Het regende de hele dag.
  6. Waar of niet waar? Volgend jaar willen de zussen langer in Maastricht blijven.