Learn Dutch
A2 · Reading

A weekend in Haarlem

Tom writes to a friend about his weekend.

Hoi Lisa,

Hoe gaat het met jou? Ik wil je even vertellen over afgelopen weekend. Op zaterdag ben ik met mijn broer Daan naar Haarlem gefietst. Het was mooi weer, dus we hebben eerst op een terras in het centrum koffie gedronken. Daarna zijn we naar het Frans Hals Museum gegaan. Daan vond de schilderijen een beetje saai, maar ik vond ze prachtig.

's Avonds hebben we bij een klein Italiaans restaurant gegeten. De pizza was heerlijk, maar de bediening was erg langzaam: we hebben bijna een uur op ons eten gewacht! Rond tien uur zijn we met de trein teruggegaan, want we waren te moe om nog te fietsen.

Zondag heb ik niet veel gedaan. Ik heb lang geslapen, de krant gelezen en mijn moeder gebeld. Wat heb jij gedaan? Zullen we volgende week samen lunchen?

Groetjes, Tom

Questions

  1. Hoe zijn Tom en Daan naar Haarlem gegaan?
  2. Waar of niet waar? Daan vond de schilderijen in het museum erg mooi.
  3. Wat was het probleem in het restaurant?
  4. Waar of niet waar? Tom en Daan zijn 's avonds met de trein teruggegaan.
  5. Wat heeft Tom op zondag níet gedaan?
  6. Waar of niet waar? Tom wil volgende week met Lisa lunchen.