A2 · Verbs
The participle of inseparable verbs
Verbs with be-, ver-, ont- and ge-: no split in the participle.
- Ik ___ je gisteren gebeld. (bellen)
- De brief is al ___. (versturen)
- Hij ___ vorig jaar een boek geschreven. (schrijven)
- De leraar heeft de som ___. (uitleggen)
- We ___ de problemen meteen opgelost. (oplossen)
- De klant heeft het pakket ___. (ontvangen)
- Ik ___ gisteren een film bekeken. (bekijken)
- De excursie is door de leraar ___. (organiseren)
- Ze ___ de hele kamer schoon gemaakt. (schoonmaken)
- De zaak is inmiddels ___. (uitzoeken)
- We ___ u van het nieuws op de hoogte gesteld. (informeren)
- Mevrouw Janssen ___ gisteren de rekening betaald. (betalen)