A2 · Verbs
The participle that ends in -en
Participles of verbs whose stem ends in -en.
- Mijn oma ___ vorig jaar verpleegkundige geworden. (worden)
- De politie ___ de verdachte inmiddels gevonden. (vinden)
- We ___ het huis al verkocht. (verkopen)
- Hij ___ de sleutels in zijn jas gevonden. (vinden)
- De wedstrijd ___ door ons gewonnen. (winnen)
- De trein ___ op het juiste moment aangekomen. (aankomen)
- We ___ de documenten al ingeleverd. (inleveren)
- Het uitje ___ door de klas bekostigd. (bekostigen)
- Ik ___ hem al langer niet gezien. (zien)
- Zij ___ ons het huis laten zien. (laten)
- We ___ de hele tekst doorgenomen. (doornemen)
- Hij ___ de hele dag in de bibliotheek gezeten. (zitten)