Learn Dutch
A2 · Verbs

Laten, zien and horen

Verbs with an infinitive: laten, zien, horen, helpen.

  1. Ik ___ je even wachten. (laten)
  2. Zij ___ de film al gezien. (zien)
  3. We ___ dat de leraar ziek was. (horen)
  4. Hij ___ mij het adres sturen. (sturen)
  5. Ik ___ je iets vertellen. (vertellen)
  6. De leraar ___ ons helpen. (helpen)
  7. We ___ de hele avond naar muziek geluisterd. (luisteren)
  8. De oma ___ de kinderen met rust laten. (laten)
  9. Heb je dat ___? (zien)
  10. Hij ___ me al gewaarschuwd. (waarschuwen)
  11. We ___ de buurman zijn hond helpen. (helpen)
  12. Zij ___ niet mee naar het zwembad willen. (willen)