B1 · Adjectives & articles
Superlative with -ste
The superlative of a de-word and of a het-word.
- Dit is het ___ restaurant van de hele straat. (duur)
- Het ___ café van de buurt serveert vegetarisch eten. (rustig)
- Wie is de ___ van de klas? (gemotiveerd)
- Ze is een van de ___ sprekers van het festival. (bekend)
- Dit is de ___ opgave van de toets. (moeilijk)
- In mijn klas zitten de ___ leerlingen altijd op de achterbank. (dom)
- Het is de ___ dag van het jaar. (warm)
- Mijn grootvader is de ___ persoon die ik ken. (oud)
- Dat was het ___ idee van de hele bijeenkomst. (slim)
- De supermarkt heeft de ___ prijzen van de buurt. (goedkoop)
- Welke van de drie kamers is de ___? (klein)
- Zij is de ___ danser van het gezelschap. (zwak)