B1 · Adjectives & articles
goed, beter, best
The irregular comparison of goed with the extra -e.
- Deze oplossing is ___ dan die van de gemeente. (goed)
- Het is de ___ prijs die ik ooit voor die fiets heb betaald. (goed)
- Zij gaf een ___ antwoord op de vraag. (goed)
- Mijn collega is ___ in wiskunde dan ik. (goed)
- Een rustige buurt is ___ dan een drukke straat. (goed)
- Welk restaurant is het ___ in deze stad? (goed)
- De oude versie werkt ___ dan de nieuwe. (goed)
- Ik heb een ___ idee: laten we samen eten. (goed)
- Zijn toon was ___ dan die van de directeur. (goed)
- Deze bakker maakt het ___ brood van de buurt. (goed)
- De leerlingen praten vandaag ___ dan anders. (goed)
- Er bestaat geen ___ oplossing voor dit probleem. (goed)