B1 · Adjectives & articles
veel, meer, meest
The irregular comparison of veel with much and most.
- Deze flat heeft ___ ruimte dan die van de buren. (veel)
- ___ huizen in deze straat hebben een tuin. (veel)
- Ik heb ___ tijd nodig voor dit project. (veel)
- Deze winkel heeft ___ klanten dan de winkel aan de overkant. (veel)
- Op deze afdeling werkt ___ personeel dan vorig jaar. (veel)
- Welke taal spreek je het ___? (veel)
- Hij verdient ___ dan zijn collega. (veel)
- Er ligt ___ in de kast dan in de lade. (veel)
- ___ vuil komt onder het bed vandaan. (veel)
- We hebben ___ verstand van de nieuwe regels. (veel)
- ___ bewoners van dit blok hebben een fiets. (veel)
- Mijn broer heeft ___ ervaring met zulke projecten dan ik. (veel)