B1 · Adjectives & articles
de ... -ste or het ... -ste
The superlative after de, after het, and before a group of people.
- Dat was de ___ prijs die we dit jaar zagen. (laag)
- Het ___ resultaat van het onderzoek was niet te verwachten. (zwak)
- Zij is een van de ___ vrouwen in de buurt. (bekend)
- Dat was de ___ avond van het festival. (druk)
- Het ___ moment van de wedstrijd was het doelpunt. (spannend)
- Wie is de ___ van de klas? (vervelend)
- Zij speelde met de ___ meisjes van het team. (sterk)
- Dit is het ___ dat ik in jaren heb gelezen. (goed)
- De ___ kant is dat het allemaal snel gaat. (goed)
- We namen het ___ risico en wonnen de prijs. (groot)
- Hij is de ___ van de drie broers. (oud)
- Het ___ in huis is zeker de tuin. (groen)