B1 · Adjectives & articles
Adjectives in -achtig
zwartachtig, blauwachtig, melkachtig: a touch of a colour.
- Het haar van de kat is ___ , net als rook. (zwartachtig)
- De lucht is ___ , het regent hard en gestaag. (grijsachtig)
- Er lag een ___ laagje stof op de planken. (zilverachtig)
- Het voorruit van de auto is ___ , je ziet er niets door. (troebel)
- De soep is ___ , er is heel veel roomer in de kom. (melkachtig)
- Zij droeg een ___ jurk in een zachte kleur. (bruin)
- De lucht boven de duinen is ___ in de avond. (goud)
- Het water van het meer is ___ , je ziet de bodem niet. (donker)
- De winkelruit is beslagen en ___ . (grijs)
- Een ___ laagje olie lag op het water. (olieachtig)
- Haar haar is ___ , niet helemaal zwart maar ook niet blond. (bruin)
- Het licht op de bomen was ___ , het gloeide in de avond. (rood)