B1 · Adjectives & articles
Describing a job
busy, stressful, satisfying, well paid: how is the job?
- In deze tijd van het jaar is het werk heel ___ . (druk)
- Hij heeft een ___ baan in de financiële sector. (stressvol)
- Het werk in de zorg is zwaar, maar het is ook ___ . (verzadigend)
- Deze baan is heel ___ , hij verdient bijna niets. (slecht betaald)
- Onze collega is heel ___ , hij regelt alles zelf. (betrouwbaar)
- Het is een ___ baan, je hebt nooit hetzelfde werk. (afwisselend)
- De dagen in deze tijd van het jaar zijn heel ___ . (hectisch)
- Als je van afwisseling houdt, is dit werk erg ___ . (afwisselend)
- Mijn werk is ___ , ik verdien goed. (goed betaald)
- De werkdagen zijn lang en het werk is erg ___ . (vervelend)
- Na tien jaar in het vak was hij ___ , hij had genoeg van de stress. (op)
- We zoeken iemand die ___ en gewend is aan deadlines. (stressbestendig)