Learn Dutch
B1 · Adjectives & articles

Describing a job

busy, stressful, satisfying, well paid: how is the job?

  1. In deze tijd van het jaar is het werk heel ___ . (druk)
  2. Hij heeft een ___ baan in de financiële sector. (stressvol)
  3. Het werk in de zorg is zwaar, maar het is ook ___ . (verzadigend)
  4. Deze baan is heel ___ , hij verdient bijna niets. (slecht betaald)
  5. Onze collega is heel ___ , hij regelt alles zelf. (betrouwbaar)
  6. Het is een ___ baan, je hebt nooit hetzelfde werk. (afwisselend)
  7. De dagen in deze tijd van het jaar zijn heel ___ . (hectisch)
  8. Als je van afwisseling houdt, is dit werk erg ___ . (afwisselend)
  9. Mijn werk is ___ , ik verdien goed. (goed betaald)
  10. De werkdagen zijn lang en het werk is erg ___ . (vervelend)
  11. Na tien jaar in het vak was hij ___ , hij had genoeg van de stress. (op)
  12. We zoeken iemand die ___ en gewend is aan deadlines. (stressbestendig)