B1 · Adjectives & articles
Devices and technology
Modern, faulty, wireless, user-friendly: the gadgets.
- Deze telefoon is al tien jaar ___ . (verouderd)
- De printer doet het al een week niet meer, hij is ___ . (defect)
- Deze app is heel ___ , ook je oma kan er mee overweg. (gebruiksvriendelijk)
- Met deze ___ oplossing werkt de site veel sneller. (slim)
- Onze oude laptop is zo ___ dat hij bijna niet meer opstart. (traag)
- Deze koptelefoon is helemaal ___ , er zit geen draad aan. (draadloos)
- Het is een ___ apparaat, je kunt het meenemen naar buiten. (draagbaar)
- De accu van mijn laptop is al bijna ___ . (leeg)
- Onze nieuwe software is veel ___ dan de oude. (snel)
- De batterij is al ___ , je moet hem opladen. (dood)
- Dit is het ___ systeem van de gemeente, alles staat erop. (modern)
- De server is al een tijdje ___ , hij moet opnieuw gestart worden. (onstabiel)