B1 · Adjectives & articles
Wat voor een, wat een
Asking about a kind: wat voor een boek is dat?
- Wat voor een ___ hebt je gekocht, dat ziet er duur uit? (spullen)
- Wat voor een ___ boek lees je toch, het duurt uren lang? (oud)
- Wat voor een ___ winkel is dat, ik ken die nog niet? (klein)
- Wat voor een ___ taal leer je daar eigenlijk? (modern)
- Wat voor een ___ programma kijk je toch op dinsdag? (soort)
- Wat een ___ uitspraak, hij spreekt echt Nederlands met accenten! (grappige)
- Wat een ___ , hij heeft het helemaal vergeten! (nuis)
- Wat voor een ___ werk deed je daar vorig jaar? (werk)
- Wat voor een ___ vriend heb je gemaakt, hij klinkt aardig? (Engels)
- Wat een ___ begin van het jaar, alles begint met goede voornemens! (moeilijk)
- Wat voor een ___ overheid is dit eigenlijk? (instantie)
- Wat een ___ verrassing, niemand had dit kunnen voorspellen! (aardige)