B1 · Adjectives & articles
Adjectives with their own preposition
verantwoordelijk voor, geïnteresseerd in, klaar met: a fixed pair.
- Hij is verantwoordelijk ___ de administratie van het team. (voor)
- Ze is erg geïnteresseerd ___ geschiedenis, ze leest alles. (in)
- We zijn klaar ___ het eten, we kunnen gaan. (met)
- De tafel stond vol ___ bloemen, het was net een bruiloft. (van)
- Mijn zus is jaloers ___ de nieuwe fiets van haar buurman. (op)
- Hij is bang ___ om te falen, hij doet alles met voorzichtigheid. (om)
- Mijn ouders zijn trots ___ hun dochter, ze studeert geneeskunde. (op)
- De klant was zeer ___ met de oplossing, hij bedankte ons hartelijk. (tevreden)
- Ze is bekend ___ haar werk, ze schrijft voor een groot tijdschrift. (om)
- Wij zijn het ___ met het voorstel, het lijkt ons een goede oplossing. (eens)
- Die jas is niet ___ voor een strenge winter. (geschikt)
- De huur is ___ voor ons budget, we moeten eerst een jaar sparen. (te)