B1 · Adjectives & articles
Endings & iets leuks
-e or not, spelling changes, iets/niets + -s.
- We wonen in een ___ huis. (oud)
- Het ___ huis op de hoek is verkocht. (oud)
- Ik heb iets ___ voor je verjaardag gekocht. (leuk)
- Er is vanavond niets ___ op tv. (interessant)
- Hij draagt altijd ___ sokken. (wit)
- Ze heeft een ___ stem. (mooi)
- Dat is een ___ idee! (goed)
- We zoeken een ___ oplossing. (creatief)
- Ik drink graag ___ melk. (koud)
- Mijn ___ broer woont in Canada. (groot)
- Heb je nog iets ___ gehoord? (nieuw)
- Wat een ___ weer vandaag! (mooi)