Learn Dutch
B1 · Adjectives & articles

De or het for abstract nouns

de vrijheid, het geluk, de rust, het werk…

  1. ___ vrijheid is een recht dat iedereen heeft.
  2. ___ geluk zit soms in heel gewone dingen.
  3. Ik heb ___ rust nodig voor dit werk.
  4. ___ werk op de bouw is zwaarder dan je denkt.
  5. ___ kennis van de gemeente over de buurt is beperkt.
  6. Zij praat met ___ hoop over de toekomst van de wijk.
  7. Dat was ___ mooiste moment van de dag.
  8. ___ verleden van dit huis is interessant.
  9. De buren vinden ___ privacy heel belangrijk.
  10. ___ leven in de stad is duurder dan op het platteland.
  11. Ik vertrouw ___ regenwetter niet.
  12. De meeste bezoekers vonden ___ sfeer heel bijzonder.