Learn Dutch
B1 · Adjectives & articles

Comparatives with even and as … as

even oud als, even groot, veel rustiger…

  1. Mijn buurman is even ___ als ik: we zijn allebei in de jaren vijftig. (oud)
  2. Deze straat is veel ___ dan die in het centrum. (rustig)
  3. De huur van die flat is even ___ als die van mijn buurman. (hoog)
  4. Ze praat ___ over de afspraak dan ik. (hard)
  5. Ze heeft ___ kennis van het onderwerp dan ik dacht. (veel)
  6. De prijzen van groente worden elk jaar ___. (duur)
  7. Mijn broer is even ___ als ik, maar hij sport harder. (groot)
  8. De voorzieningen zijn hier ___ dan in de binnenstad. (goed)
  9. Het is ___ om even te bellen, dan schrijf je een mail. (duidelijk)
  10. Mijn fiets is ___ dan die van mijn buurman. (oud)
  11. De tweedehands fietsen hier zijn ___ dan die bij het centrum. (goedkoop)
  12. We zijn even ___ als jij: allebei in het derde jaar van de cursus. (ver)