B1 · Adjectives & articles
Adjectives used as nouns
iets moois, een zachte landing, het mooie van…
- De buurt heeft iets ___ voor liefhebbers van markten. (mooi)
- Ik vond niets ___ aan het eten in dat restaurant. (bijzonder)
- Dat was een ___ landing na een lange dag. (zacht)
- Wat was het ___ van het festival? (mooi)
- Ze is een ___ schrijfster van korte verhalen. (bekend)
- Ik zoek een ___ plek om te werken. (rustig)
- Hij gaf me een ___ advies over de verhuizing. (goed)
- Er is iets ___ met de wasmachine, hij doet het niet meer. (vreemd)
- De buurman gaf me een ___ handdruk. (vreemd)
- We zaten in de kantine met een ___ kopje koffie. (warm)
- Dat was een ___ nacht, om nooit te vergeten. (stil)
- We zoeken iemand met ___ ervaring in de zorg. (veel)