B1 · Adjectives & articles
Articles: de or het? Clues from the ending
-ing, -heid, -teit, -tie → de; -je, ge-, -isme, -ment, infinitives → het.
- ___ vergadering duurde twee uur.
- ___ meisje van de buren past op onze kinderen.
- ___ gezondheid van mijn vader is gelukkig goed.
- ___ zwemmen in de zee is hier verboden.
- ___ universiteit ligt buiten de stad.
- ___ gebouw is in 1920 gebouwd.
- ___ toerisme is belangrijk voor de stad.
- ___ informatie staat op de website.
- ___ lidmaatschap van de sportclub kost 200 euro per jaar.
- ___ wetenschap heeft daar nog geen antwoord op.
- Je moet ___ document nog ondertekenen.
- ___ geluid van de buren hoor ik elke avond.