Learn Dutch
B1 · Prepositions

Het werkwoord op

Verbs that take op: let op, oppassen, reageren.

  1. Let ___ de prijzen, die zijn sterk gestegen.
  2. De gemeente reageerde snel ___ de klachten over het geluid.
  3. Pas ___ voor de honden, sommige lopen los aan de lijn.
  4. Wij reageren met verbazing ___ het voorstel van de buurt.
  5. Hij let niet ___ de verkeersborden en rijdt te hard.
  6. Op zaterdagen gaan we ook ___ de markt, want dan zijn de groenten vers.
  7. De raad heeft nog niet gereageerd ___ ons bezwaar.
  8. Let goed ___ wat je zegt, de woorden blijven hangen.
  9. Wij passen op ___ de kinderen in de buurt, er rijdt hard.
  10. De directie reageerde meteen ___ de klachten van de bewoners.
  11. Let ___ dat de deur dicht is, het waait hard op de gang.
  12. De zoon let goed ___ zijn moeder, die slecht ter been is.