Learn Dutch
B1 · Prepositions

Het werkwoord over

Verbs that take over: praten over, van gedachten over.

  1. We praten ___ de nieuwe regels voor de fietsers.
  2. Ik heb al de hele week nagedacht ___ dat gesprek.
  3. Zij klaagt voortdurend ___ het slechte weer.
  4. We lachten samen ___ de foto van de directeur in het zwembad.
  5. Hij praatte lang ___ de problemen met de oude software.
  6. Hij schreef een heel artikel ___ het klimaat in de stad.
  7. We zijn het niet eens ___ de manier waarop het project loopt.
  8. Ze maakte een gruwelijke opmerking ___ het eten.
  9. Ik hoor ___ de buurt dat de winkels sluiten.
  10. Hij ging in de protestvergadering ___ de plannen voor het nieuwe pand.
  11. We hebben nog niet gesproken ___ de sleutels van het huis.
  12. Zij maakt zich zorgen ___ de toestand van de oude brug.