B1 · Prepositions
Het werkwoord over
Verbs that take over: praten over, van gedachten over.
- We praten ___ de nieuwe regels voor de fietsers.
- Ik heb al de hele week nagedacht ___ dat gesprek.
- Zij klaagt voortdurend ___ het slechte weer.
- We lachten samen ___ de foto van de directeur in het zwembad.
- Hij praatte lang ___ de problemen met de oude software.
- Hij schreef een heel artikel ___ het klimaat in de stad.
- We zijn het niet eens ___ de manier waarop het project loopt.
- Ze maakte een gruwelijke opmerking ___ het eten.
- Ik hoor ___ de buurt dat de winkels sluiten.
- Hij ging in de protestvergadering ___ de plannen voor het nieuwe pand.
- We hebben nog niet gesproken ___ de sleutels van het huis.
- Zij maakt zich zorgen ___ de toestand van de oude brug.