B1 · Prepositions
Het werkwoord door
Verbs that take door: doorgaan, doorvragen, doorbreken.
- We gaan ___ met het plan, de bewoners willen het anders.
- Zij vrage steeds verder ___ de reden van het uitstel.
- De oude vensterruit is ___ de vorst gebarsten.
- Ik heb ___ de hele ochtend gebeld, niemand nam op.
- Wij moeten eerst het contract ___ met de gemeente.
- Hij liep ___ de oude binnenstad en maakte foto's.
- We hebben het voorstel doorgesproken ___ de buurt en stemmen erover.
- Het voorstel is ___ de raad gekomen, maar de stemming was onduidelijk.
- De overheid wil de regels ___ voor de huurmarkt.
- Hoe ben je er ___ gekomen dat je hier woont?
- Ze keek ___ de oude foto's en werd emotioneel.
- De zaak is ___ de oude excuses bij de rechter gekomen.