B1 · Prepositions
Het werkwoord met
Verbs that take met: praten met, rekening met, helpen.
- Ik wil even ___ je praten over de cursus.
- We moeten rekening ___ houden met de drukte in de binnenstad.
- Kun je me helpen ___ de dozen naar beneden dragen?
- Hij kan niet goed omgaan ___ de veranderingen in het werk.
- We hebben het lang ___ moeten wachten op de vergunning.
- Zij sprak lang ___ haar baas over de werkdruk.
- Die uitspraak houdt geen rekening ___ de werkelijkheid.
- Wij moeten rekening houden ___ de deadlines, de procedure duurt maanden.
- Er is iets misgegaan ___ het meten van de oppervlakte.
- Hij moet omgaan ___ de gevolgen van zijn eigen keuze.
- Kun jij de ouders bellen ___ de uitje?
- Wij delen de kosten ___ de drie huishoudens in de straat.