Learn Dutch
B1 · Prepositions

Voor: abstracte betekenis

Voor with abstract nouns: interest, need, reason.

  1. Hij heeft veel interesse ___ politiek, hij leest alle partijenprogramma's.
  2. Er is grote vraag ___ betaalbare woningen in de stad.
  3. Ik heb geen zin ___ dit soort werk, het verveelt me.
  4. Ik zoek een baan ___ mensen die graag Nederlands willen leren.
  5. Er was een goede reden ___ zijn langdurige afwezigheid.
  6. Zij heeft behoefte ___ rust, het is al een drukke week.
  7. Deze cursus is bedoeld ___ werkzoekenden die hun Nederlands willen verbeteren.
  8. Ik heb alle hoop ___ een snelle oplossing opgegeven.
  9. We hebben een oplossing ___ het probleem met de lege woningen.
  10. Zij nam ___ de komende maanden twee dagen per week op de boerderij.
  11. Deze methode is een goed alternatief ___ de klassieke aanpak.
  12. Hij had een vooroordeel ___ nieuwe medewerkers, dat bleek later ongegrond.