B1 · Prepositions
Met: abstracte betekenis
Met with abstract nouns: vertrouwen, tevreden, bezorgd.
- Zij heeft veel vertrouwen ___ de nieuwe werkwijze van het team.
- We zijn tevreden ___ het resultaat van de eerste maand.
- Hij is het niet eens ___ het voorstel van de buurtvereniging.
- We rekenen ___ elkaar: we delen alles samen.
- Er is ___ de nieuwe regels veel verbeterd in de buurt.
- Zij houdt zich ___ de afspraken die ze met haar buurman maakte.
- Hij is akkoord ___ het voorstel, hij mailt het morgen door.
- De directie stond ___ de aanpak van de vorige directeur.
- Wij moeten rekening houden ___ de wensen van de bewoners.
- Zij deelde haar zorgen ___ iedereen in de buurt.
- De overheid wil de bewoners ___ de veranderingen betrekken.
- Hij heeft zich ___ het onderzoek aangesloten bij de universiteit.