Learn Dutch
B1 · Prepositions

Met: abstracte betekenis

Met with abstract nouns: vertrouwen, tevreden, bezorgd.

  1. Zij heeft veel vertrouwen ___ de nieuwe werkwijze van het team.
  2. We zijn tevreden ___ het resultaat van de eerste maand.
  3. Hij is het niet eens ___ het voorstel van de buurtvereniging.
  4. We rekenen ___ elkaar: we delen alles samen.
  5. Er is ___ de nieuwe regels veel verbeterd in de buurt.
  6. Zij houdt zich ___ de afspraken die ze met haar buurman maakte.
  7. Hij is akkoord ___ het voorstel, hij mailt het morgen door.
  8. De directie stond ___ de aanpak van de vorige directeur.
  9. Wij moeten rekening houden ___ de wensen van de bewoners.
  10. Zij deelde haar zorgen ___ iedereen in de buurt.
  11. De overheid wil de bewoners ___ de veranderingen betrekken.
  12. Hij heeft zich ___ het onderzoek aangesloten bij de universiteit.