B1 · Prepositions
In: abstracte betekenis
In with abstract nouns: vertrouwen, belang, verschil.
- Er is weinig vertrouwen ___ de nieuwe plannen van de gemeente.
- Hij heeft veel belangstelling ___ geschiedenis en oude gebouwen.
- Het grote verschil ___ de twee aanbiedingen is de prijs.
- De betrokkenheid ___ het project van de buurt is groot, veel mensen helpen mee.
- We moeten ons in de problemen ___ de buren niet in de weg zitten.
- Hij is ___ de war met de nieuwe regels, hij begrijpt er niets van.
- Deze opdracht vraagt veel inzet en toewijding ___ de deelnemers.
- Het vertrouwen ___ de nieuwe plannen van de gemeente is nog klein.
- Haar mening ___ het nieuwe beleid verschilt van die van de wethouder.
- De winkel heeft geen enkele aandacht ___ de klanten, het is er altijd druk.
- Hij stelde vragen ___ de manier waarop het geld werd besteed.
- Zij is betrokken ___ het werk in de buurt en helpt vaak mee.