B1 · Prepositions
Vanwege en ondanks
Vanwege for a reason, ondanks in spite of.
- ___ het slechte weer was de uitgang van het festival verplaatst.
- ___ de regen gingen we toch op stap, de kinderen vonden het leuk.
- De vergadering is uitgesteld ___ een te kleine zaal.
- ___ zijn gewonde been moest hij de hele week in huis blijven.
- ___ de waarschuwing van de brandweer gingen sommigen toch het bos in.
- ___ de hoge temperaturen geldt er vandaag een hitteplan.
- ___ hij was ziek, kon hij niet komen, dat begreep iedereen.
- ___ de slechte start wonnen ze de wedstrijd.
- ___ het slechte weer werd de vlucht geannuleerd.
- ___ alle tegenslag bleef de winkel open, dat is typisch voor haar.
- ___ de kleine opkomst is de bijeenkomst verplaatst naar een andere dag.
- ___ dat hij ziek was, kwam hij toch op het uitje.